Wethouder Richard de Mos wil een nieuwe fase in met het Nationaal Programma Zuidwest. Volgens hem moet er meer worden geluisterd naar bewoners en moet de gemeente sterker sturen op uitvoering. Het programma is bedoeld om achterstanden in Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk structureel aan te pakken.
De Mos is sinds deze zomer verantwoordelijk voor het Nationaal Programma Zuidwest. Hij wil dat bewoners sneller merken dat plannen ook echt tot veranderingen leiden. Daarbij gaat het niet alleen om woningen en openbare ruimte, maar ook om werk, ondernemerschap, voorzieningen en economische kansen.
De wethouder reageert daarmee ook op kritiek uit een onafhankelijk rapport van Hamit Karakus over de aansturing van het programma. Daarin staat dat het Nationaal Programma scherper moet worden georganiseerd. Ook moet duidelijker worden wie waarvoor verantwoordelijk is. Volgens De Mos is de gemeente een van de partners en kan zij de problemen in Zuidwest niet alleen oplossen. Wel wil hij samen met de programmadirecteur en andere betrokken partijen meer regie organiseren.
De gemeenteraad blijft volgens De Mos een belangrijke rol spelen. Hij spreekt waardering uit voor de raadsrapporteurs die het programma kritisch volgen. Hun werk moet de raad helpen om beter zicht te houden op besluitvorming, risico’s en geld. Dat is nodig omdat het programma omvangrijk is en veel verschillende partijen erbij betrokken zijn.
Een belangrijk accent wordt de verbinding tussen vernieuwing van de wijk en economische ontwikkeling. Wethouder Henk Harms is verantwoordelijk voor de fysieke gebiedsontwikkeling in Zuidwest. De Mos wil vanuit het Nationaal Programma en zijn economische portefeuille zorgen dat woningbouw sterker wordt gekoppeld aan banen, ondernemerschap en voorzieningen.
Daarbij kijkt hij onder meer naar de Leyweg en de verbinding met ondernemers en werkgevers op ZKD. Volgens De Mos moet vernieuwing van Zuidwest uiteindelijk leiden tot meer werk, meer bedrijvigheid en meer welvaart voor bewoners.
De wethouder wil de komende periode vaker de wijken in. Ook gaat hij in gesprek met Karakus over de aanbevelingen uit het rapport. Daarmee moet het programma volgens hem een concretere fase ingaan.
