Zuid-Holland behoort tot de provincies waar relatief veel mensen door verdrinking om het leven komen. Vooral de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond springt eruit. Tussen 2015 en 2024 kwamen daar 89 mensen om door een accidentele verdrinking. Daarmee lag het aantal even hoog als in Amsterdam-Amstelland, dat eveneens 89 slachtoffers telde.
Ook andere delen van Zuid-Holland noteerden in die periode tientallen verdrinkingen. In de veiligheidsregio Haaglanden ging het om 58 slachtoffers, in Hollands Midden om 50 en in Zuid-Holland Zuid om 18. Samen komt dat neer op 215 verdrinkingen in de vier veiligheidsregio’s die de provincie bestrijken.
De regionale cijfers hebben betrekking op een andere periode dan de nieuwste landelijke gegevens en kunnen daarom niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Ze laten wel zien dat Rotterdam-Rijnmond in absolute aantallen opvalt. Haaglanden telde binnen Zuid-Holland het hoogste aantal verdrinkingen in verhouding tot de hoeveelheid oppervlaktewater, met 1,20 verdrinkingen per vierkante kilometer water.
Landelijk verdronken in 2025 honderd inwoners van Nederland. Van hen hadden 37 mensen een niet-Nederlandse herkomst. Zij waren zelf in het buitenland geboren of hadden een of twee ouders die buiten Nederland zijn geboren. Daarnaast kwamen 32 mensen om het leven die niet in Nederland woonden, zoals toeristen en tijdelijke werknemers.
In 2024 verdronken 113 inwoners en 39 niet-inwoners. Over de periode van 2016 tot en met 2025 kwamen jaarlijks gemiddeld 93 inwoners door verdrinking om het leven. Het ging gemiddeld om 62 mensen met een Nederlandse herkomst en 31 mensen met een niet-Nederlandse herkomst.
Vooral bij kinderen en jongeren zijn de verschillen naar herkomst groot. Kinderen jonger dan 10 jaar die buiten Europa zijn geboren, lopen ruim acht keer zoveel risico om te verdrinken als kinderen met een Nederlandse herkomst. Bij jongeren tussen de 10 en 20 jaar is dat risico bijna veertien keer zo groot.
In tien jaar tijd verdronken 57 kinderen jonger dan 10 jaar en 53 kinderen en jongeren tussen de 10 en 20 jaar. Meer dan de helft van hen had een niet-Nederlandse herkomst. Bij in Nederland geboren kinderen onder de 10 jaar met ouders van buiten Europa was het risico vier keer zo groot als bij kinderen met een Nederlandse herkomst.
De meeste slachtoffers verdronken in open water. Van de inwoners die in tien jaar omkwamen, verdronk 78 procent in bijvoorbeeld een sloot, rivier, kanaal, recreatieplas, meer of zee. Bij mensen die niet in Nederland woonden, was dat 98 procent.
