Ouders in verschillende gemeenten in Haaglanden betalen vaker dan gemiddeld een kinderopvangtarief dat boven de maximale uurprijs van de overheid ligt. Vooral Midden-Delfland en Rijswijk vallen op. In Midden-Delfland betaalde 87,8 procent van de ouders met kinderopvangtoeslag voor minimaal één kind meer dan het maximale tarief. In Rijswijk was dat 84,3 procent. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Ook in andere delen van Haaglanden ligt het aandeel hoog. In Wassenaar gaat het om 81,3 procent van de toeslagontvangers en in Leidschendam-Voorburg om 79,9 procent. Delft volgt met 79 procent, Den Haag met 78,7 procent en Pijnacker-Nootdorp met 78,6 procent. Daarmee liggen zeven van de negen gemeenten in Haaglanden boven het landelijke percentage van 63 procent.
Zoetermeer en Westland wijken daarvan af. In Zoetermeer betaalde 58,4 procent van de ouders meer dan de maximumuurprijs. In Westland was dat 57,6 procent. De cijfers gaan over de gemeente waar degene woont die de kinderopvangtoeslag aanvraagt. De opvang zelf hoeft dus niet in dezelfde gemeente te liggen.
De Rijksoverheid bepaalt ieder jaar een maximumuurprijs waarover kinderopvangtoeslag kan worden ontvangen. Kinderopvangorganisaties mogen een hoger tarief vragen, maar het bedrag boven die grens moeten ouders volledig zelf betalen. Een hoog percentage betekent dus niet automatisch dat de totale kinderopvangkosten in een gemeente ook het hoogst zijn.
Landelijk ontvingen in 2025 ongeveer 719.000 ouders kinderopvangtoeslag voor bijna 1,1 miljoen kinderen. Zij waren gemiddeld 10.510 euro kwijt aan kinderopvang. Daarvan werd gemiddeld 68 procent via de kinderopvangtoeslag vergoed. Een jaar eerder was dat nog 65 procent. Ouders betaalden gemiddeld 3.340 euro zelf, waarvan 480 euro bestond uit kosten boven de maximale uurprijs.
De vergoeding is de afgelopen jaren verhoogd vanwege plannen om kinderopvang betaalbaarder te maken. Tegelijkertijd bepalen opvangorganisaties zelf hun tarieven, waardoor ouders lokaal met verschillende extra kosten te maken kunnen krijgen.
De cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Landelijke Jeugdmonitor, op basis van gegevens van de Belastingdienst. De gegevens over 2025 zijn voorlopig.
