De Pletterijkade in Den Haag ging na een periode van werkzaamheden weer open voor verkeer. De gemeente vernieuwde de kademuur volledig, verving het riool en richtte de straat opnieuw in. Daarmee ontstond een inrichting die gericht was op veiligheid, groen en toekomstbestendigheid.
De kademuur werd volledig vervangen en kreeg een constructie die naar verwachting langdurig meeging. Ter hoogte van de Boomsluiterskade werd een nieuwe werf aangelegd. Dit verlaagde gedeelte met zitplekken bood bewoners en bezoekers de mogelijkheid om dichter bij het water te verblijven.
De straat werd ingericht als fietsstraat, waarbij auto’s te gast waren en een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur gold. Fietsers kregen meer ruimte op de rijbaan. Omdat de route belangrijk bleef voor nood- en hulpdiensten, werden er geen verkeersdrempels aangelegd. Ook het Rijswijkseplein werd aangepast. Door een fietsoversteek in twee richtingen konden fietsers het plein sneller en met meer gemak oversteken.
Langs de kade en aan de zijde van de woningen werden extra bomen en groenvakken aangelegd. Dit zorgde voor een omgeving die meer ruimte bood voor wandelen en verblijf. De aanpassingen droegen bij aan een andere inrichting van de openbare ruimte, waarin groen een grotere rol kreeg.
De vernieuwde Pletterijkade maakte deel uit van een belangrijke fietsverbinding tussen het centrum en de Binckhorst. Deze route sloot aan op een groter netwerk van fietspaden richting omliggende gebieden. Met de verwachte toename van het aantal fietsers in de komende jaren werd de inrichting afgestemd op intensiever gebruik.
Met de afronding van de werkzaamheden kwam een einde aan een langdurig project in het gebied. De gemeente richtte zich met de herinrichting op een combinatie van bereikbaarheid, veiligheid en aanpassing aan toekomstige ontwikkelingen in de stad.
