De Westlandse VVD en D66 Westland willen dat het college van burgemeester en wethouders reageert op de dalende vaccinatiegraad in de gemeente. De partijen hebben schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van recente cijfers van het RIVM. Daaruit blijkt volgens de partijen dat 85 procent van de 5-jarigen in Westland de DKTP-vaccinatie heeft ontvangen.
De vaccinatiegraad ligt daarmee onder de grens van 90 procent die door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt gebruikt. Ook bij mazelen zien de partijen reden tot zorg. Daar ligt de vaccinatiegraad in Westland volgens de vragen op 85 procent. Voor mazelen wordt meestal een hogere vaccinatiegraad nodig geacht, omdat de ziekte erg besmettelijk is en zich snel kan verspreiden als te weinig mensen beschermd zijn.
De VVD stelde in 2024 en 2025 al vragen over dit onderwerp. In eerdere antwoorden gaf het college aan dat samen met de GGD wordt gekeken hoe de daling kan worden tegengegaan. Volgens VVD en D66 is nu extra aandacht nodig, omdat de cijfers volgens hen jaar op jaar lager worden. De partijen benadrukken dat Westland niet behoort tot de gemeenten met de laagste vaccinatiegraad, maar vinden dat dit geen reden is om af te wachten.
In de schriftelijke vragen willen de partijen weten hoe het college de nieuwste RIVM-cijfers beoordeelt. Ook vragen zij of het college erkent dat sprake is van een structurele daling. Daarnaast willen VVD en D66 weten welke concrete acties sinds eerdere raadsvragen zijn ondernomen om de vaccinatiegraad in Westland te verhogen.
De partijen vragen ook om meer inzicht in verschillen binnen de gemeente. Zij willen weten of bekend is hoe de vaccinatiegraad verschilt per kern, wijk of postcodegebied. Als die informatie nog niet beschikbaar is, vragen zij het college om dit samen met de GGD in kaart te brengen.
VVD en D66 wijzen verder op voorbeelden van een wijkgerichte aanpak door de GGD op andere plekken in Nederland. Daarbij wordt extra gekeken naar gebieden waar de vaccinatiegraad achterblijft. De partijen vragen of zo’n aanpak ook in Westland mogelijk is. Ook willen zij weten welke aanvullende maatregelen het college ziet, bijvoorbeeld via voorlichting en samenwerking met kinderopvang, scholen, huisartsen en maatschappelijke organisaties.
