8 december 2022

Zuid-Holland – PvdD: “Hoger beroep zinloos”

Als de rechter heeft geoordeeld dat in Zuid-Holland wilde dieren niet mogen worden afgeschoten, dan moet de provincie zich daarbij neerleggen.

Nu gaat de provincie tegen de rechterlijke beslissing in hoger beroep en krijgt dan weer ongelijk. Dat kost veel geld en tijd. De provincie moet beter onderzoeken of het afgeven van een vergunning kan stelt de Partij voor de Dieren.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verloren in relatief korte tijd diverse hoger beroepszaken over het verlenen van ontheffing op het verbod om knobbelzwanen, vossen en konijnen te doden. Ook heeft de rechter een voorlopige voorziening getroffen om geen damherten in de Hoeksche Waard te mogen doden. Volgens het provinciebestuur veroorzaken de dieren schade of overlast. De faunabeheereenheid in Zuid-Holland kreeg daarom toestemming de dieren af te schieten. Maar de rechter veegt dat argument elke keer van tafel en verbiedt het doden van de dieren.

De Partij voor de Dieren wil nu van Gedeputeerde Staten weten waarom ze telkens in hoger beroep gaan als de rechter hen telkens in het ongelijk stelt. Want daar zijn geld, tijd en menskracht mee gemoeid die beter aan andere zaken kunnen worden besteed, zoals schadevergoeding zonder dieren te hoeven doden. Ook is de vraag in hoeverre die kosten zich verhouden tot de vermeende economische schade die voor de provincie hét argument is om de dieren te laten doden.

Het provinciebestuur kan voortaan beter het verlenen van ontheffing op het verbod om dieren af te schieten, zorgvuldiger beoordelen. En als de provincie vindt dat sommige dieren schade of overlast veroorzaken, zou ze moeten onderzoeken of die zonder ontheffingverlening met niet-dodelijke methoden kunnen worden voorkomen, suggereert de Partij voor de Dieren.