Den Haag en Leidschendam-Voorburg starten een proef met noodsteunpunten voor situaties waarin gewone communicatie en hulpverlening onder druk komen te staan, zoals bij een langdurige stroomstoring. Inwoners moeten daar straks terechtkunnen om een noodgeval te melden en informatie te krijgen als telefoon, internet en sociale media uitvallen. De proef moet duidelijk maken hoe zulke steunpunten het beste kunnen werken in alle negen gemeenten van de veiligheidsregio Haaglanden.
De noodsteunpunten worden bedoeld als vaste, herkenbare plekken in de buurt. Mensen kunnen er niet alleen informatie krijgen, maar ook contact leggen met anderen in de wijk. Volgens de veiligheidsregio is dat belangrijk in een crisis waarbij voorzieningen wegvallen en inwoners meer op elkaar zijn aangewezen.
Met de pilot onderzoeken de betrokken gemeenten wat nodig is om deze locaties later breder in te zetten. Daarbij kijken zij onder meer naar de keuze van gebouwen, de inrichting van de steunpunten, de bezetting, de aansturing en de samenwerking met organisaties en vrijwilligers. Het doel is om locaties te kiezen die voor inwoners bekend en toegankelijk zijn.
De proef sluit aan op de bredere aandacht voor voorbereiding op noodsituaties. Huishoudens in Nederland ontvingen daarvoor eerder al een informatieboekje van de rijksoverheid via de campagne Denk Vooruit. In Haaglanden bouwen de gemeenten daarop voort met het platform Haaglanden Veilig. Via een website en een nieuwe app kunnen inwoners informatie vinden over risico’s zoals stroomuitval, cyberaanvallen en extreem weer, en lezen wat zij zelf kunnen doen om zich daarop voor te bereiden.
Naast de lokale steunpunten test de veiligheidsregio ook een regionaal coördinatiepunt. Dat punt moet tijdens een crisis informatie verzamelen, de verbinding met hulpdiensten onderhouden en de lokale noodsteunpunten ondersteunen. De proef moet laten zien welke hulp en middelen daarvoor nodig zijn, zeker in situaties waarin stroom en mobiele telefonie beperkt beschikbaar zijn of helemaal uitvallen.
De pilot maakt deel uit van een landelijke opdracht waarbij alle 25 veiligheidsregio’s ervaring moeten opdoen met noodsteunpunten. Daarmee wil de overheid inzicht krijgen in wat nodig is voor structurele invoering in heel Nederland, onder meer op het gebied van organisatie, personeel, materiaal en financiering.
In Haaglanden is bewust gekozen voor een grote en een kleinere gemeente. Zo willen de betrokken partijen vergelijken hoe de steunpunten in verschillende omgevingen het best kunnen worden ingericht. Daarbij richten zij zich op vertrouwde plekken zoals servicepunten, wijkcentra en buurthuizen, waar bewoners, professionals en vrijwilligers elkaar nu ook al weten te vinden.
